de Volkskrant
Dit is onderzocht met de Multidimensional Poverty Index (MPI), die vandaag in Londen wordt gepresenteerd. De index is ontwikkeld door de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNDP) en de OPHI, een onderzoekscentrum verbonden aan de universiteit van Oxford. De nieuwe maat bekijkt gezondheid, scholing en leefomstandigheden. Hieronder vallen deelaspecten als ondervoeding, kindersterfte en toegang tot schoon drinkwater en elektriciteit.
Volgens OPHI-directeur Sabina Alkire is armoede gemakkelijker te identificeren met de MPI. ‘Door naar de levensomstandigheden te kijken, ontstaat een completer beeld dan wanneer er gekeken wordt naar hoeveel mensen moeten leven van een dollar per dag. In India zijn grote verschillen tussen rijk en arm. Door te kijken naar inkomensafhankelijke maten ontstaat een vertekend beeld. Het inkomen van de rijke elite maskeert de grote groep armen.’
Toch zijn er volgens Alkire ook tekortkomingen aan de MPI. ‘De factoren veiligheid en werk zijn belangrijk, maar die gegevens zijn in veel landen niet beschikbaar. En voor middel- en hoogontwikkelde landen moet de MPI verder verfijnd worden. In Slowakije en Slovenië komt volgens de huidige MPI bijvoorbeeld geen armoede voor.’
Bijzonder hoogleraar ontwikkelingssamenwerking aan de Radboud Universiteit Paul Hoebink benadrukt dat verschillende meetinstrumenten elkaar moeten aanvullen. ‘De discussie over hoe armoede moet worden gemeten, woedt al meer dan twaalf jaar. Inkomensafhankelijke maten blijven altijd nodig.
‘Inkomen kan een middel zijn om gezondheidszorg of scholing te kopen, en hiermee een hogere status. Maar armoede is meer dan een gebrek aan inkomsten. Een multidimensionele maat zoals de MPI kan een hulpmiddel zijn om armoede objectiever vast te stellen.’
Alkire beaamt dit. ‘In Mexico heeft de overheid de MPI aangepast aan de lokale situatie. Daaruit bleek dat de inheemse bevolking vaker in slechte omstandigheden leeft dan de overige bevolking. Ook viel een groter percentage van hen onder de armoedegrens. De MPI heeft dus beter in kaart gebracht welke sociale groepen en regio’s het meest hulpbehoevend zijn.’
Ook Hoebink hoopt dat de MPI ontwikkelingen in leefomstandigheden beter in kaart brengt. ‘Statistieken over bijvoorbeeld de hoogte van het inkomen of het niveau van scholing konden niet aan elkaar gekoppeld worden. Zo was niet te herleiden of iemand met een laag inkomen ook laag geschoold was. Met een multidimensionaal instrument kan dat wel.’ Alkire: ‘Instrumenten die hiervoor gebruikt werden, maten geen mensen. De MPI doet dat wel.’
Return to the list <<<<<